Home » Geschied-en-is (Pagina 2)

Categoriearchief: Geschied-en-is

Hongerend Eindhoven staakt!

Oranje Bulletin

ORANJE-BULLETIN

Uitgegeven door samenwerking van

De Ondergrondsche Pers

Bulletin ter verspreiding van de letterlijke tekst van Regeeringsverklaringen, bevelen van het Geallieerd Opperbevel, aanwijzingen van het Ondergrondsch Verzet en hoofdzaken van het nieuws

No. 30 – Donderdag, 23 November 1944

Moeilijkheden in Eindhoven

De arbeiders van alle fabrieken in Eindhoven, inclusief Philips, zijn Dinsdag om 12 uur een 12-urige staking begonnen. Zij eischen verbetering in de voedselvoorziening, ondanks de transportmoeilijkheden, welke zij zeer goed begrijpen.

Verplicht Vechten

Vechtende soldaten

Vanaf de Franse Revolutie werden in veel landen wetten aangenomen waardoor gewone burgers ook verplicht werden om mee te vechten in een oorlog. Dat gebeurde ook in het nieuwe Nederlandse koninkrijk. Die wet zorgde voor de zogenaamde dienst-plicht. Ook de opleiding voor de vechtspecialisten werd aangepast. In 1826 sloot koning Willem I alle oude opleidingsscholen en kwam in Breda een nieuwe opleiding, de K.M.A. (Koninklijke Militaire Academie) Hier leerden de Nederlandse officieren alles wat bruikbaar was over het voeren van oorlogen zoals het gebruiken van wapens, gevechts-technieken maar ook om er (als een ooggetuige) op los te liegen. Dat laatste is misschien wel één van de sterkste wapens. Als je verder leest begrijp je wel waarom dat zo is.

De manier om oorlog te voeren wordt iedere keer veranderd als er nieuwe vechtmanieren en wapens bedacht worden. Tegenwoordig zijn er zulke verschrikkelijke handige vernietigingswapens dat het eigenlijk niet meer nodig is dat de burgers zelf ook moeten meevechten. Vanaf een veilige plek kunnen legerspecialisten met een druk op de knop elk plekje op de wereld vernietigen als de burgers van een land daar toestemming voor geven.

Die toestemming wordt niet zomaar gegeven. De burgers moeten wél zeker weten dat een oorlog écht nodig is en dat er gevaar dreigt. Door de waarheid een beetje te verdraaien, niet alles te vertellen of het verhaal vanaf één kant te laten zien ontstaat een andere waarheid. Dát is de beste manier om de burgers toestemming te laten geven voor een oorlog.

Als in de kranten en op de radio wekenlang te lezen en te horen valt dat de vijand erg veel dodelijke wapens heeft en van plan is om deze te gebruiken en een oorlog te beginnen kun jij je misschien voorstellen hoe de mensen daarop reageren…

Juist…. !! Veel mensen – kinderen en volwassenen – worden daar angstig van. Alléén, is het écht waar wat er verteld wordt?
Het verschil tussen leugens en waarheid is namelijk heel moeilijk te zien!

Bang voor de Vijand

Bang

Mensen die angstig en bang zijn kunnen niet meer helder denken, weten dan niet goed meer wat ze moeten doen en laten zich dan heel makkelijk voor de gek houden. Het oude Nederlandse spreekwoord ‘Angst is een slechte raadgever’ komt daar vandaan.

Zonder dat de mensen het echt in de gaten hebben is er een ‘vijand’ gemaakt, en het duurt niet lang voordat ze leren om die ‘vijand’ te gaan haten. Het volgende stapje laat dan meestal niet lang op zich wachten, de ‘vijand’ moet gestraft en uitgeschakeld worden.

Er zijn verschillende straffen zoals een ‘economische straf’ die ervoor zorgt dat de vijand geen producten meer verkopen mag aan andere landen en dus géén geld meer verdiend. Een andere straf is een oorlog. Dat is de ergste straf die mensen voor zichzelf en anderen kunnen bedenken, dán proberen honderdduizenden gewapende mannen de ‘vijand’ die niet luisteren wil te verslaan door de soldaten (en óók de inwoners) van het land van de ‘vijand’ te vermoorden.

Leugenkampioen Edward Bernays

Bernays

De Amerikaanse burgers werden in 1917 klaargestoomd om mee te gaan vechten in de ‘Groote Oorlog’ zoals de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) eerst genoemd werd. De ‘Groote Oorlog’ was eerst een Europese oorlog en de Amerikaanse burgers hadden helemaal geen zin om aan die slachtpartij mee te doen. Niet zo gek als je denkt dat bijna de helft van de Amerikanen vroeger Duitser en Oostenrijker geweest waren en daar nog heel veel familie had wonen!

Een héél belangrijke Liegneuzen die ervoor gezorgd heeft dat de Amerikaanse mening vóór het voeren van oorlog was, was de 22 november 1891 in Wenen geboren Edward L. Bernays. Edward was een neef van de bekende Duitse psychiater Sigmund Freud.

Net als zijn oom was Edward een specialist, iemand die heel precies wist hoe de hersens werkten, hij was een specialist op het gebied van ‘Mind-Control’. (gedachtencontrole) Hij begon eerst als journalist voor verschillende kranten te schrijven en begon als theateragent artiesten te ‘verkopen’. De oorlog in Europa was al 3 jaar bezig en het leek erop dat het niet lang meer zou duren voordat Amerika ook van de (slacht-) partij zou zijn. Alleen… de burgers hadden géén trek om in een Europese oorlog te gaan vechten, ze zagen er het nut niet van in.

4-minutenmannen

Om de oorlog aan de burgers te verkopen werd de ‘United States Committee of Public Information’ (US-CPI) (Het Amerikaanse comité voor burgervoorlichting) opgericht. President Woodrow Wilson maakte journalist en politicus George Creel chef van dit ‘propagandaministerie’ en samen met Edward Bernays die ook bij het CPI werd aangenomen bedacht hij een paar slimme trucs. Een van die trucs was het vormen van een legertje van 75.000 ‘oorlogsvertegenwoordigers’ die overal bekend werden als de ‘Four Minute Men’. (Vier minuten mannen)

Deze 4-minutenmannen zorgden in heel Amerika voor korte toespraken van maximaal 4 minuten. Dat was niet zomaar, de mannen van het CPI hadden uitgezocht dat 4 minuten net lang genoeg was om de beste oorlogsreclame te maken. (Nu weet je óók waar de naam vandaan komt)

De 4-minutenmannen hebben van 1917 tot aan het einde van de oorlog 7.500.000 (7,5 miljoen) korte toespraken gehouden waar 314.000.000 (314 miljoen) mensen naar geluisterd hebben. En.. met veel succes!

Op 2 april 1917 had president Wilson de Amerikaanse regering toestemming gevraagd om oorlog te gaan voeren. Op 4 april kreeg de president toestemming en op 6 april (‘Goede Vrijdag’) was het dan eindelijk zover. Amerika mocht – met 373 stemmen vóór en 50 stemmen tégen – officieel meedoen met de ‘Groote Oorlog’.

Het CPI had ook een klein legertje van artiesten gevormd die duizenden posters, schilderijen en cartoons tekenden en schilderden om reclame te maken vóór oorlog. Ook werden heel veel koren, clubs en kerken ingeschakeld, net als de Amerikaanse padvinders die hun plicht deden om miljoenen reclameblaadjes rond te brengen vóór het voeren van oorlog.

Edward Bernays had samen met de specialisten van het CPI ervoor gezorgd dat de gedachten, de voorkeuren en de ideeën van de Amerikaanse burgers gevormd waren: ‘minds are molded, tastes are formed, ideas suggested’.

Het CPI was erin geslaagd de oorlog aan de Amerikaanse burgers te verkopen als een oorlog die de wereld veilig zou maken voor democratie – “to advertise and sell the war as one that would “Make the World Safe for Democracy.”

Dát zou DE Amerikaanse slogan van de Eerste Wereldoorlog worden.

Het zou de laatste oorlog worden die de wereld zou meemaken, een klein leuk oorlogje die maximaal een paar maanden duren zou. Door leugens en mis-leiding trokken Amerikaanse soldaten naar het strijdtoneel in Europa! Alleen… géén enkele oorlog heeft ooit vrede gebracht. Toen niet, nu niet en later ook niet! Oorlog brengt alleen maar dood en ellende. Oorlogen zorgen ervoor dat aardige en lieve mensen veranderen in beesten en moordenaars.
Haten moet je leren

Om goed te kunnen moorden worden mensen opgeleid, ‘getraind’ zeg maar. Lees eens mee wat de Engelse soldaten in 1914 leerden.

In het boek ‘Infantery Training’ (het oefenen van de infanterie) leerden de Engelse soldaten de tegenpartij te haten, want dán konden ze pas goed moorden! Bij het oefenen met bajonetgevechten moesten ze gemene gezichten opzetten en beestachtige geluiden schreeuwen. De trainers riepen dan: ‘neem ze te grazen’ Steek ze in hun pens! Scheur ze hun darmen eruit’ En terwijl de Engelse soldaten oefenden op poppen van stro schreeuwde de trainer ‘stoot met de kolf van je geweer in het kruis van de vijand, maak zijn piemel kapot, zorg dat hij nooit meer kinderen kan maken. Bijt hem, vlieg hem naar zijn keel, bijt z’n strot eraf, ruk hem z’n hart uit z’n lijf’!

– Vind je het gek dat mensen die zo worden opgeleid veranderen in beesten?? (Zou de sterkste en de gemeenste winnen, wat denk jij?)

Oorlog Onder de Loep

vergrootglas

(een lang verhaal, maar als je het gelezen hebt snap je iets meer over oorlog)

De Amerikaans-Spaanse oorlog  van 1898

Deze korte oorlog tussen Amerika en Spanje is door de meeste mensen alweer vergeten. Tóch is die oorlog nét zo dodelijk geweest als andere oorlogen (voor- en na die tijd) en ook om die oorlog te maken werd gebruik gemaakt van het oude ‘oorlogsrecept’. Als je goed oplet kun je hieronder lezen hoe het oorlogsrecept ongeveer gebruikt is.

Amerika was in 1898 nog niet zo machtig maar wel druk bezig om de ‘supermacht’ te worden die het nu wél is. Op de Caraïbische eilanden, Hawaï en de Filippijnen voor de Amerikaanse kust was Spanje al sinds de tijd van Christoffel Columbus de baas. Een kleine groep machtige politici en bankiers vonden dat de eilanden onder Amerikaanse controle moesten komen en dat Amerika de baas moest worden over deze eilanden. Ze gingen aan de slag en haalden het handige ‘oorlogsrecept’ uit de kast.

Het begin

In 1868 begon de Amerikaanse regering de rebellen van het eiland Cuba te steunen die tegen de Spaanse bezetter in opstand waren. De opstand zou tien jaar gaan duren en héél veel Cubaanse burgers werden tot 1878 in die opstand vermoord.

In 1885 begon de Amerikaanse sensatiepers – ook wel de ‘Jingo Pers’ genoemd van de krantenbazen Joseph Pulitzer en William Randolph Hearst – de Cubaanse rebellen te steunen in hun strijd tegen de Spaanse bezetter.

In 1890 schreef de Amerikaanse politicus Alfred T. Mahan een plan met de naam: ‘The Influence of Sea Power upon history, 1600-1783’. (De invloed van zeemacht in de geschiedenis van 1600 tot 1783) Daarin schreef Mahan dat de Caraïbische eilanden, Hawaï en de Filippijnen érg belangrijk waren voor de Amerikaanse economie. Om de Amerikaanse economie goed te kunnen beschermen was het volgens hem nodig dat Amerika militaire bases op die eilanden moest bouwen. Klein probleempje daarbij was dat Spanje zoiets op ‘haar grondgebied’ natuurlijk nooit goed zou vinden. Als Spanje niets meer over die eilanden te zeggen zou hebben was het natuurlijk heel wat anders.

Om te helpen de plannen van Mahan te laten lukken werden in 1892 in Amerika twee organisaties opgericht: één voor Cuba – de Cubaanse Revolutionaire Partij ‘El Partido Revolucionario Cubano’ en één voor de Filippijnen – de Filippijnse organisatie ‘La Liga Filipina’. De ‘El Partido Revolucionario Cubano’ werd opgericht om Cubaanse rebellen te steunen in hun strijd tegen de Spaanse bezetter en ‘La Liga Filipina’ moest ervoor gaan zorgen dat ‘de Democratie’ naar de Filippijnen gebracht zou worden.

(‘making de Filippines ready for democracy’)

Een paar jaar later, in 1895, werd op Cuba zelf de onafhankelijkheidsbeweging ‘Ejército Libertador de Cuba’ opgericht. Samen met de Amerikaanse organisatie ‘El Partido Revolucionario Cubano’ moest deze organisatie met Amerikaanse hulp een opstand in Cuba tegen de Spaanse bezetter organiseren.

In 1896 vertelden de Amerikaanse senatoren John T. Morgan en Donald Cameron dat ze erg bezorgd waren over de veiligheid van de Amerikaanse burgers en bedrijven op Cuba en de Filippijnen. Ze vroegen de Amerikaanse president om de crisis goed in de gaten te houden. Als de opstanden uit de hand zouden lopen en Spanje te weinig controle over de crisis zou hebben moest volgens hen het Amerikaanse leger ingrijpen en de burgers en de Amerikaanse belangen beschermen.

De Amerikaanse marinespecialist William Warren Kimball had daarvoor – toevallig in datzelfde jaar – nét een militair plan geschreven. Als de crisis op Cuba en de Filippijnen ‘per ongeluk’ een oorlog zou worden tegen Spanje had hij al precies bedacht wat de beste strategie zou zijn. Om de Spaanse bezetter te verslaan moest volgens hem de Amerikaanse vloot de Cubaanse stad Havana en de Filippijnse stad Manilla aanvallen.

De rellen en opstanden in Cuba en de Filippijnen werden steeds erger. Toen Spanje de opgepakte Cubaanse rebellenleider Adolfo Rodrígez in 1897 doodschoot begon de ‘Jingo Pers’ (goedkope en veelgelezen ‘roddelbladen’ met veel sensatie- en fantasieverhalen) een groot ‘propagandabombardement’. William Randolph Hearst en John Pullitzer lieten in hun kranten de ‘New York Times’ en de ‘New York World’ grote propagandaverhalen schrijven waarmee ze de Amerikaanse burgers probeerden op te jutten en bang te maken.

Dat lukte aardig!

Ze maakten de burgers bang en wijs dat er gevaar dreigde. De Amerikaanse regering stuurde een oorlogsschip naar de haven van Havana – de ‘USS Maine’ – om in noodgevallen de eigen burgers op Cuba te beschermen en te kunnen helpen ontsnappen. Steeds meer mensen vonden dat Amerikaanse soldaten moesten helpen om op Cuba en de Filippijnen de ‘Vrede, Veiligheid en Democratie’ te redden!

Spanje deed ondertussen zijn best om de opstanden in Cuba en de Filippijnen de kop in te drukken. Onder druk van de Amerikaanse regering zouden de eilanden in 1898 zelfs meer zelfstandigheid krijgen. Het zou allemaal niet helpen, Amerika wilde eigenlijk niets anders dan dat Spanje de eilanden zou opgeven zodat zij daar zélf de baas konden zijn.

De vrede ontploft

Op 15 februari 1898 gebeurde er iets dat alles zou veranderen. Om tien over halftien die avond ontplofte met een luide knal het Amerikaanse oorlogsschip en 266 matrozen kwamen daarbij om. Amerika beschuldigde Spanje ervan dat zij de ‘USS Main’ hadden aangevallen en opgeblazen met een mijn. Spanje ontkende de beschuldiging en beweerde dat Amerika zélf achter de aanslag zat om een excuus te hebben om een oorlog te beginnen.

De Amerikaanse kranten stonden de volgende dag vol met artikelen over de ontploffing van de ‘USS Main’ en het ‘propagandabombardement’ werd steeds erger. Op de voorpagina van de ‘New York Journal’ stond met grote koeienletters te lezen: “Remember the Maine, to hell with Spain!”. (Denk aan de Main, naar de hel met Spanje) De kranten stuurden hun verslaggevers alvast vooruit naar Cuba om de oorlog voor de lezers te kunnen beschrijven. Krantenbaas Hearst stuurde de journalist en tekenaar Frederic Remington naar Cuba, maar toen die in daar aankwam zag hij nergens een vette oorlog en hij vroeg na een tijdje aan zijn chef of hij naar huis terug kon gaan.

Krantenbaas Hearst stuurde hem toen een telegram met daarin de tekst:

“Please remain. You furnish the pictures while I’ll furnisch the war”.

(Blijf alsjeblieft waar je bent. Als jij voor de tekeningen zorgt zal ik voor de oorlog zorgen….!)

Het ‘propagandabombardement’ werd steeds erger en steeds meer kranten gilden het bijna uit dat de Amerikaanse regering moest ingrijpen. Als Amerika niet hielp, wie moest dan die arme Cubanen en Filippino’s redden van de Spaanse onderdrukker?

De oorlogsleugens begonnen resultaat te krijgen!

Op 19 maart 1898 besloot de Amerikaanse regering om 5.000.000 (5 miljoen) dollar klaar te leggen voor het leger voor het geval het ‘per ongeluk’ oorlog werd. Amerika stuurde een waarschuwing aan Spanje dat ze haar soldaten van Cuba moest weghalen. Senator Redfield Proctor uit de staat Vermont eiste zelfs dat Amerika de Spaanse bezetter de oorlog zou verklaren als ze niet deed wat er gezegd werd.

Senator Redfield Proctor kreeg op 4 april 1898 steun van de Amerikaanse pers. In meer dan 4.000.000 (4 miljoen) kranten werd geëist dat Amerika de arme Cubaanse en Filippijnse bevolking moest helpen en de Spaanse bezetter de oorlog moest verklaren. Vanaf dat moment gebeurden er heel veel dingen die ervoor zouden zorgen dat het ook écht oorlog zou worden.

Op 9 april 1898 stelde Spanje voor om vooral rustig te blijven, aan de onderhandelingstafel te blijven zitten en niet direct aan een oorlog te denken. Maar….. dáár voelde Amerika niets voor. Op 11 april 1898 vroeg president William McKinley aan de Amerikaanse regering toestemming om aan de Spaanse bezetting van Cuba een einde te maken. Op 19 april 1898 kreeg de president zijn zin en gaf de volledige Amerikaanse regering toestemming voor een ‘beperkte’ oorlog. Op 21 april 1898 gaf de president het bevel aan de vloot om uit te varen. Op 22 april 1898 verliet de Amerikaanse vloot de marinehaven van Key West in Florida.

Op 25 april 1898 was het dan ‘eindelijk’ zover, de langverwachte oorlog was officieel begonnen en op 1 mei 1898 begonnen de gevechten. De kanonnen van de Amerikaanse oorlogsschepen schoten in een 6-uur durende zeeslag de hele Spaanse vloot in stukken. De Amerikaanse pers juichte en jubelde.. maar, de oorlog was nog niet voorbij. Om goed oorlog te kunnen blijven voeren waren er behalve mensen ook enorme bedragen nodig om het betere oorlogsgereedschap te kunnen kopen. Op 2 mei 1898 gaf de Amerikaanse regering nog eens 35.000.000 (35 miljoen) dollar uit om ervoor te zorgen dat de Amerikaanse troepen genoeg moordgereedschap zouden hebben.

Gewonnen

Spanje was geen sterke tegenstander en op 10 december 1898 was de Amerikaans-Spaanse oorlog definitief voorbij. Dit was de eerste ‘koloniale oorlog’ van Amerika, een oorlog die als de ‘Splendid Little War’ (geweldige kleine oorlog) in de Amerikaanse geschiedenisboekjes terecht zou komen. Amerika was – precies volgens het plan uit 1896 van marinespecialist William Warren Kimball – de baas geworden van de Caraibische eilanden, Hawaï en de Filippijnen!

Hoe het afliep met Spanje?

Zij kregen als troostprijs een bedrag van 20.000.000 (20 miljoen) dollar omdat zij de eilanden waren kwijtgeraakt aan de nieuwe meesters.

Hoe het afliep met de Filippijnen?

Ook al was de Spaanse bezetter van de Filippijnen verdreven, de strijd was daar nog lang niet voorbij. Amerikaanse soldaten vochten nu tégen de Filippino’s die helemaal geen behoefte hadden aan de Amerikaanse ‘Vrede en Veiligheid’.

Maar de Amerikaanse president William McKinley vond het een Amerikaanse plicht om de Filippino’s met alle geweld ‘als gelijkwaardig te behandelen, hen op te voeden, te beschaven en te bekeren tot het christelijk geloof’. In 1901 zou de Amerikaans-Filippijnse oorlog uitbreken, een oorlog die door de latere president Theodore Roosevelt ‘de meest glorieuze oorlog in de Amerikaanse geschiedenis’ genoemd zou worden. De gevechten zouden doorgaan tot in de Eerste Wereldoorlog!

Hoe zat dat nou met de ‘USS Main’?

Bijna 80 jaar later zou uit Amerikaans onderzoek naar voren komen dat er van een ‘Spaanse aanslag’ helemaal geen sprake was. De explosie op de ‘USS Main’ was van binnenuit gekomen!!

Oorlogsleugens & Liegneuzen

Liegneuzen zijn propagandamakers die alle trucs gebruiken die ze kennen en weten ook heel goed hoe mensenhersens werken. Deze ‘geheugenspecialisten’ weten goed op welke manier ze de hersens voor de gek kunnen houden. Ook al denk je van jezelf.. ‘daar trap ik niet in’ dan word je tóch nog het slachtoffer van deze hersenknutselaars. Zij slagen er eigenlijk altijd in de mensen iets anders te laten geloven dan er werkelijk gebeurt is, ze zorgen met hun nep-waarheid voor een ‘vals bewustzijn’.

Niet zo heel lang geleden is er in Nederland een onderzoek gedaan naar de manier hoe hersens werken. Toen bleek dat het helemaal niet zo moeilijk was om mensen iets anders te laten geloven. Vooral ‘waarheden’ die heel gruwelijk en erg bloederig waren maar nooit gebeurd waren werden heel makkelijk geloofd. Vooral kinderen zijn daarvan het slachtoffer. Meer dan de helft van alle kinderen (52%) en éénvijfde van alle volwassenen (20%) geloofden de valse waarheden. Helemaal gek was wel dat de meeste kinderen en volwassenen niet wilden geloven dat ze voorgelogen waren en bleven geloven in de leugens!

Oorlog wordt op recept gemaakt! Oorlogsmakers kunnen uit alle landen komen en elke huidskleur of geloof hebben. Er bestaat niet één speciaal soort ‘dadervolk’. Oorlogsmakers kunnen bijvoorbeeld nét zo goed uit Engeland, maar óók uit Frankrijk, Rusland, Duitsland, Nederland of Amerika komen.

Angstwapens

Bange vrouw

Kranten, televisie, films, boeken, radio, internet en zelfs (computer-)spelletjes zijn heel belangrijke gereedschappen om het oorlogsvuur aan te steken. Deze gereedschappen zijn erg handig en nodig om de burgers voor de gek te houden en zó bang te maken dat ook zij vinden dat oorlog dé enige oplossing is en daarvoor toestemming geven. Met deze handige gereedschappen wordt ‘oorlogsreclame’ gemaakt. Deze vorm van oorlogsreclame wordt ‘propaganda’ genoemd.

Propaganda is het vertellen van de NIET (of BIJNA)-WAARHEID. Vaak is het NIET vertellen van belangrijke dingen nog belangrijker. Eigenlijk kun je zeggen dat het niets anders is dan liegen, de belangrijkste truc die gebruikt wordt om een oorlog te beginnen. Propaganda zorgt ervoor dat mensen valse gedachten en ideeën krijgen en is als je het goed bekijkt véél gevaarlijker dan alle wapens bij elkaar.

Leugens zorgen er namelijk voor dat mensen de waarheid niet meer kunnen zien, niet meer weten wat echt of fantasie is. Ze weten dan niet meer wat ze moeten geloven. Door die leugens gaan mensen elkaar haten en gaan ze dingen doen die ze anders nóóit zouden doen! Als ‘gewone burgers’ liegen en fantaseren is dat al erg genoeg maar het zijn juist de regeringen van landen die leugens en fantasieverhalen rondstrooien!! Eigenlijk moeten zij er juist voor zorgen dat de burgers NIET voorgelogen worden, de leugenaars straffen en oorlogen voorkomen.

 

Plotseling is het Oorlog?

CHAHAR DARREH, AFGHANISTAN - MAY 25: A soldier of the 2nd Infantery Company stands guard during recovery of an amoured vehicle that accidentally went off the road on May 25, 2010 in Chahar Darreh, Afghanistan. Germany has more than 4,500 military forces in Afghanistan as part of the US-led International Security Assistance Force. Amid growing public resentment towards the prolonged mission in Afghanistan, the German parliament, the Bundestag, voted in February for extension of Germany's military mission in Afghanistan and the deployment of additional 859 troops. (Photo by Miguel Villagran/Getty Images)

 

Oorlogen ontstaan nooit ‘zomaar’. Oorlogen worden ALTIJD gemaakt door een kleine groep machtige mensen zoals politici, bankiers en fabrikanten die de burgers mis-leiden!

Franklin Delano Roosevelt – een vroegere Amerikaanse president – was één van de mensen die dat goed in de gaten had. Hij zei:

“In de politiek gebeurt er niets per ongeluk. Als het gebeurt kan je er zeker van zijn dat het zo gepland was”

Voor het maken van een oorlog wordt al eeuwen een simpel ‘leugenrecept’ gebruikt dat uit 3 stukjes bestaat. Het is zo simpel dat je jezelf verbaast dat het werkt.

Stap 1: (Angst)
Zorg dat de mensen bang gemaakt worden.

Stap 2: (Vijand)
Laat de mensen geloven dat er gevaar dreigt.

Stap 3: (Oorlog)
Laat de mensen geloven dat het gevaar verdwijnt als de vijand uitgeschakeld wordt.
Heel rustig aan (vaak duurt het jaren) wordt er aan dit soort gemene plannen gewerkt en elke keer trappen de mensen er weer in en laten ze zich voor de gek houden!

Wilhelmus Zingende Huurlingen

soldaten

Lang geleden werden oorlogen anders gevoerd dan nu. In ‘ouderwetse’ oorlogen vochten kleine legers van beroepssoldaten die in ‘vaste dienst’ waren van een koning of ‘huursoldaten’ die per vechtklus werden gehuurd, nou zou je ze ‘uitzendkrachten’ kunnen noemen.

Willem van Oranje huurde bijvoorbeeld Duitse huursoldaten om in de ’80-jarige oorlog’ tegen de Spanjaarden te vechten. Diezelfde soldaten hadden in 1568 eerst in Frankrijk gevochten. Ze vochten in het leger van de ‘katholieken’ tegen de ‘protestanten’ om de plaats Chartres in handen te krijgen.

Het is misschien leuk om te weten dat één van de dronkemansliedjes die deze Duitse huurlingen zongen later het ‘Wilhelmus’ zou worden. Het was in die tijd een bekend melodietje waarvoor iedere keer andere teksten werden bedacht, zoiets kwam vroeger ook al veel voor.

Toen deze soldaten voor Willem van Oranje gingen vechten namen ze niet alleen hun wapens maar in hun hoofd óók het melodietje mee. De tekst werd later iedere keer een beetje aangepast en veranderde tenslotte in het ‘Wilhelmus’ zoals we nu kennen.

Het Wilhelmus

Wilhelmus van Nassouwe, ben ick van Duytschen bloet,
Den Vaderlant getrouwe, blyf ick tot in den doot:
Een Prince van Oraengien, ben ick vrij onverveert,
Den Coninck van Hispaengien, heb ick altijt gheeert.

Spionerende Duitse Dienstmeisjes

Dienstbode [dienstmeid, huishoudster] in Amsterdam bezig met het dweilen van de stoep. Amsterdam, 1912.

In veel Engelse gezinnen werkten in de tijd van de Eerste Wereldoorlog ‘dienstmeisjes’. Dat waren meisjes die bij rijkere mensen in huis woonden en hielpen in de huishouding en bijvoorbeeld eten kookten, wasten en voor de kinderen zorgden. De meeste van deze ‘dienstmeisjes’ kwamen uit Engeland maar er waren ook veel die uit andere landen kwamen, zoals bijvoorbeeld uit Duitsland. Over die ‘Duitse Dienstmeisjes’ werd soms de meest fantastische onzin verteld, leugens die veel mensen geloofden.

De meest bekende onzin die de mensen elkaar vertelden was het verhaal van het spionerende ‘Duitse Dienstmeisje’. Er werd verteld dat het ‘Duitse Dienstmeisje’ op een dag niet aan tafel kwam bij het middageten. Toen ze te lang wegbleef ging men haar zoeken en keken ze ook in haar kamer. Daar stonden grote kisten waarin haar spullen opgeborgen waren. Toen men de kisten onderzocht werd er een geheim vak gevonden, een ‘dubbele’ bodem, waarin heel erg explosieve bommen verstopt waren. Het ‘Duitse Dienstmeisje’ was toen ontmaskerd als een gemene spionne!

Iedereen die dat verhaal vertelde wist ‘zeker’ dat het waar was. Sommige mensen maakten het wel erg bont en verzonnen erbij dat ze de familie waar het ‘Duitse Dienstmeisje’ werkte zelfs goed kenden. Andere fantasten wisten te vertellen dat ze het ‘Duitse Dienstmeisje’ zelf goed kenden:

“Ze leek zo’n aardig meisje, erg rustig en erg lief voor de kinderen. Maar, nu je het zegt, er was toch iets dat me altijd al aan haar opgevallen was. Ze had een bijzondere blik in haar ogen, het is een beetje moeilijk te omschrijven maar er was iets wat volgens mij niet helemaal goed was.”

En zo fantaseerde de één een nog indrukwekkender verhaal dan de andere. De verhalen werden steeds fantastischer en erger en zo groeide de leugen bij elke keer dat hij werd doorverteld. En de mensen? Zij geloofden op het laatst in hun eigen leugens….